De halve marathon van Amsterdam: verschrikkelijk en prachtig tegelijk

Het is zondagochtend zes uur en mijn wekker gaat. De enige soort mens dat op deze dag van de week op dit tijdstip opstaat, is volgens mij een hardloper. Daar gaan we dan!

Zoals dat hoort voor een wedstrijd, heb ik vannacht slecht geslapen. Vanaf drie uur heb ik wakker gelegen tot half vijf. Rond kwart over vijf kwam er een huisgenoot thuis uit de stad. Toen ik uit de douche stapte om kwart voor zeven, sprong er een ander onder die regelrecht uit de kroeg kwam.

Het is nog donker wanneer ik naar het station fiets. In de trein krijg ik allemaal appjes en berichtjes van vrienden en familie die me succes wensen. Echt zenuwachtig ben ik niet. Het zonnetje schijnt, ik heb er zin in en ik ga vandaag shinen als een motherf*cker. De eerste mueslibol stop ik in mijn mond.

Ik stap uit in Nieuw-West, waar m’n broer en schoonzus wonen. We bakken pannenkoeken, maar ik krijg er maar ééntje weg. Ik hups door het huis en snijd het ene na het andere onderwerp aan. Toch wel een beetje zenuwachtig. Ik loop vandaag in mijn eentje, maar gelukkig is m’n broer zo lief om met me mee te gaan naar de sporthallen. De metro staat vol met hardlopers.

"Volgens mij doen er meer mensen mee"
“Volgens mij doen er meer mensen mee”

Ik weet niet wat ik meemaak wanneer we uitstappen. Zoveel hardlopers! Het is zó druk. Overal staan digitale wegwijsborden, verkeersregelaars, auto’s, hekken, tenten, tafels, tassen, uitpuilende prullenbakken vol bananenschillen, fietsen, vlaggen. Mijn god, wat is dit een mega-evenement.

Een impressie
Een impressie

Ik merk ook meteen dat het knetterwarm is. Om me heen zie ik renners in een lange tight. Zijn ze gek geworden? Ik ga in de rij staan voor de Dixi en probeer daarna zoveel mogelijk de schaduw op te zoeken. Ik prop nog een pannenkoek, meer water en sportdrank in m’n mond. Dan haal ik de spullen die ik onderweg nodig heb uit mijn tas en lever ‘m in. Mijn broer gaat er vandoor. Ik ga op weg naar de start.

Halve marathon Amsterdam prep
Preps!

Het is nog best een eind lopen naar het startvak. Ik begin in blauw, met een geschatte eindtijd van tussen de 1.40-1.50. Het lijkt me een pittige missie, maar ik heb goed getraind en denk misschien rond de 1.50 te kunnen finishen. Ik pleeg nog een zenuwplasje in de Dixi naast het startvak. De rij is lang, maar een kleine tien minuten voor het startschot sta ik klaar in het vak.

Startvak blauw!
Startvak blauwe hemel

Dan gaan we al. Langs de kant staan een boel mensen. Ik loop lekker mee in het ritme van de wave en heb al snel een fijne pace van rond de 5:30min/km te pakken. De benen voelen goed, langs de lijn wordt er volop gejuicht en we lopen fijn in de schaduw van hoge herenhuizen. Rond vijf kilometer gaan we de Utrechtsebrug over, over de Amstel. Het uitzicht is mooi, maar we belanden vervolgens op een een grijs industrieterrein zonder enige beschutting.

In de volle zon tikt m’n hartslag 170 aan. Ai, dat is veel te hoog. Bij de drinkpost ga ik naarstig op zoek naar water, maar de eerste 20 meter wordt er alleen sportdrank uitgedeeld. Het is druk en mensen beuken tegen elkaar aan. Ik gooi overal een paar slokken van naar binnen en probeer weer tempo te maken.

De zon brandt fel en ik heb het 3 miljoen graden. Dan krijg ik kramp in mijn buik van mijn long tot m’n blaas en besef ik dat dit 21,1 zware kilometers gaan worden. Ondanks de hoge hartslag, heb ik mijn ademhaling wel onder controle en ben ik erg gefocust. Tot de volgende drinkpost weet ik een nette pace van 5:20 vast te houden, terwijl we over een asfaltweg door de weinig inspirerende omgeving van Duivendrecht rennen.

Het duurt niet lang voor we weer bij een waterpost zijn gekomen en daar gooi ik een energygelletje in m’n mik. Ik hoop dat ik me er snel beter door ga voelen. De substantie spoel ik weg met een slok water. Dan volgt er een heel eind door een saaie woonwijk met jaren tachtig huizen aan weerszijden. Er is weinig leuks te zien. De weg loopt omhoog en het is ploeteren in de hitte, maar het is vol te houden.

We hebben dertien kilometer gehad en lopen inmiddels op de Mauritskade langs het water. Dat bevalt me beter, tot uit het niets mijn linkerknie begint te protesteren. Bij elke stap die ik zet, voel ik een flinke pijnscheut. Ik baal als een stekker, want ik heb goed getraind en nooit eerder last gehad. Wat de fuck is dit? Even denk ik dat het met een paar minuutjes wel weer beter zal worden. Maar dan begint rechts ook nog te piepen.

Ik voel me zwaar gefrustreerd en ben boos op mijn lichaam. Mijn kop staat op onweer. Niet alleen vanwege de pijn, maar ook omdat het hartstikke druk is bij de drinkposten en op het parcours. Bij tijd en wijle is het erg smal of besluiten lopers midden op de weg te gaan wandelen. Van de omgeving heb ik tot nu toe ook niet echt kunnen genieten. De woonwijken spreken niet erg tot de verbeelding. Dan is het ook nog eens bloedheet en mijn hart slaat al veel te lang veel te snel. De pijn in mijn knie is een teken dat m’n lichaam er klaar mee is.

En dan breekt de hel los: er komt een godvergeten ENORME brug. Met de naam Toronto. Ik bijt op mijn tanden en ren nog steeds, maar mijn pace is inmiddels gezakt naar een dieptepunt van 6:15 min/km. Eenmaal boven is echter het laatste moment van de hele wedstrijd waarop ik me kan herinneren dat ik van de race geniet. Het uitzicht vanaf de brug over de Amstel is prachtig. Het zon glinstert op het water en eindelijk een vergezicht in plaats van baksteen. Het gevoel van vrijheid, ik kan wel gillen van geluk. Daar is het me om te doen.

Op zestien kilometer komen we langs het stuk van het parcours waar echt veel toeschouwers staan: de Pijp en het Rijksmuseum. Spandoeken, confettikanonnen en schreeuwende mensen. Ik krijg er weinig van mee en focus op het uitlopen van deze race. Ik check de tijd op mijn sporthorloge. Mijn doel heb ik al drie keer bijgesteld. Van rond de 1.50, naar onder de 1.55, naar onder m’n PR van 1.58 of in elk geval binnen twee uur.

Ik ga op zoek naar een haas aan wie ik me kan optrekken. Het wordt een oudere man in een blauw T-shirt, waar achterop in rode letters staat: 70,3 km. Die gaat de halve toch wel uitlopen? Als ik maar achter hem blijf rennen. We gaan het Vondelpark in. Ik vind dat ik hier moet genieten, het park ziet er prachtig uit in de herfst en er staan zoveel mensen aan te moedigen. In werkelijkheid heb ik pijn, ben ik chagrijnig en verga ik van de dorst. Bij de laatste drinkpost verlies ik mijn haas.

Rond kilometer achttien gaat er nog maar één ding door in mijn hoofd: ik moet de finish halen en het liefst hardlopend. Graag onder de twee uur, maar de tijd boeit me eigenlijk al geen reet meer. Ik besterf het zowat, maar ik weiger uit te stappen. Het gaat me hoe dan ook lukken. Ik tel de kilometers en zet ze om in minuten die ik nog moet rennen en probeer daarbij een tempo van 6 min/km vol te houden.

De laatste kilometer lopen we over de Amstelveenseweg richting het Olympisch Stadion. ‘Rood’ van Marco Borsato pompt uit de speakers. Dat hele stadion kan me gestolen worden, maar eenmaal binnen is het toch wel magisch. Trommels en schreeuwende mensen komen me tegemoet. Ik ben een wrak, maar maak voor m’n gevoel nog een geweldige eindsprint. Ik finish in 2:00:53 en kan wel janken. Ik ben zo opgelucht, maar voel me vooral vreselijk en zwaar teleurgesteld.

Olympisch Stadion
Het Olympisch Stadion

De medaille hangt om m’n nek en ik denk alleen maar dat ik dit nooit weer ga doen. Ik heb zo’n dorst, dat ik in staat ben een scene te schoppen in de EHBO-tent. Een jongen wijst me een paar kraantjes, waarvoor ik ook nog eens in de rij moet gaan staan. Na een paar flinke slokken voel ik me weer beter.

Iemand maakt een foto van me en ik weet een lach op m’n gezicht te toveren. Ik ben verdorie gefinisht in een waardige tijd en de medaille hangt als bewijs om mijn nek.

halve-marathon-amsterdam-finishfoto1.jpg
De finish

Hardlopen is niet altijd leuk. Het gaat niet altijd makkelijk en het is niet altijd wat je ervan verwacht. Deze race was in één woord verschrikkelijk. Ik heb het nog nooit zo beleefd. Je stelt een doel, maakt een plan, traint en verwacht dat het goud binnen handbereik is. Maar het gaat totaal anders. Er zit niet anders op dan je aanpassen.

Want doorgaan zul je. Op de automatische piloot zet je de ene been voor de ander. Je telt geen kilometers, maar meters. Onderwijl denk je alleen maar: dit nooit weer. Je hebt het zwaarder dan ooit. Maar je moet door, want stoppen is simpelweg geen optie.

Dan die finishlijn. Brok in je keel. Teleurstelling, verdriet en euforie. Het is klaar en je hebt het gehaald. Je rent en je voelt dat je leeft. Het is verschrikkelijk en prachtig tegelijk.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s